Corona: het nieuwe noodpakket voor mkb- en zzp-ondernemers

Bron: De Ondernemer

Dit is het nieuwe noodpakket voor mkb- en zzp-ondernemers

Het kabinet stelt tientallen miljarden beschikbaar om te voorkomen dat ondernemingen op de fles gaan tijdens de coronacrisis. Het geld is verpakt in verschillende noodmaatregelen. Die vervangen per direct, tenminste voorlopig, bestaande regelingen. Is dat morgen allemaal beschikbaar? Nee, maar wel snel. Hier vind je het nieuwe noodpakket voor mkb- en zzp-ondernemers op een rijtje.

Van onze redactie 17 maart 2020

Laatste update: 18 maart 2020 13:15

Koolmees wijbes hoekstra corona kabinet

Bedrijven hoeven de komende drie maanden nog geen belasting te betalen.

Werktijdverkorting: de overheid neemt tot 90 procent van het salaris over.

Zzp’ers kunnen aanvulling vragen voor levensonderhoud.

Overleg met gemeenten om tijdelijk geen toeristenbelasting meer te heffen.

Half jaar uitstel van lening voor kleine ondernemers.

Kleine ondernemers krijgen rentekorting op krediet.

Land- en tuinbouwbedrijven kunnen gemakkelijker geld lenen.

Noodloket waar zwaarst getroffenen direct 4000 euro krijgen.

4000 euro

Speciaal voor ondernemers in sectoren die de afgelopen dagen hard zijn getroffen door de coronacrisis, zoals eet- en drinkgelegenheden die dicht moesten, de reisbranche en bedrijven in de culturele sector. Het loket biedt hen een vaste tegemoetkoming van 4000 euro, cash op de rekening. Er komt op korte termijn een lijst van type bedrijven die voor deze regeling in aanmerking komen.

Bijstand voor zzp-ondernemers

Zzp’ers die zonder opdrachten komen te zitten door de crisis, kunnen straks eerder aanspraak maken op een bijstandsuitkering (tot sociaal minimum). De aanvraagprocedure wordt versneld en de vermogens- en partnertoets komen tijdelijk te vervallen. Zelfstandigen hoeven niet hun vermogen aan te spreken en ook het inkomen van hun partner is geen belemmering voor het krijgen van een uitkering. De regeling duurt allereerst drie maanden. Er hoeft niets te worden terugbetaald.

Werktijdverkorting

De overheid neemt straks maximaal 90 procent van de tijdelijke ww-uitkering voor thuiszittende werknemers voor haar rekening. Nu is dat nog maximaal 75 procent. De werkgever betaalt de resterende 10 procent van het salaris, zodat de werknemer er niets van merkt. De procedure wordt verkort en de regeling werktijdverkorting vervalt en wordt vervangen door het noodfonds overbrugging werkgelegenheid. Die moet overigens nog ontworpen worden, maar werkt sneller dan de oude regeling. Het heeft vanaf nu geen zin meer om werktijdverkorting aan te vragen.

Belastinguitstel mkb

Het bedrijfsleven wordt gestut met de uitbreiding van kredietmogelijkheden voor het mkb. Ondernemingen die door de coronacrisis in problemen zijn gekomen kunnen drie maanden uitstel van belastingbetaling krijgen. Getroffen ondernemers kunnen uitstel van belasting aanvragen, zonder meteen bewijsmateriaal mee te sturen, en de invordering stopt dan direct. Denk aan inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting en loonbelasting, maar ook omzet- en loonbelasting.

Lening en borgstelling

Ook wordt het makkelijker voor bedrijven om geld te lenen bij de bank. De overheid verhoogt de borgstelling op een lening voor het mkb van 50 naar 90 procent. De regeling waarbij de overheid garant staat wordt uitgebreid van 400 miljoen tot 1,5 miljard euro. Het maximale leenbedrag per onderneming wordt tijdelijk verhoogd naar 150 miljoen euro. Het ministerie van Economische Zaken staat dan voor de helft van dat bedrag garant.

Werktijdverkorting vanwege coronavirus?

Werktijdverkorting vanwege coronavirus?

Bron: SRA 

Heeft het coronavirus invloed op uw bedrijf en heeft u daardoor tijdelijk minder werk? Werktijdverkorting, ofwel deeltijd-WW, kan dan een oplossing bieden.

Coronavirus

Handen wassen



Het coronavirus heeft ook gevolgen voor bedrijven, en niet alleen voor die in ‘besmette’ gebieden. Ook afnemers en toeleveranciers kunnen hun omzet zien dalen als gevolg van het virus.

Werktijdverkorting

Als u tijdelijk minder werk heeft voor uw werknemers en ontslag niet aan de orde is, kan werktijdverkorting mogelijk een oplossing bieden. Uw werknemers krijgen dan voor de niet-gewerkte uren een uitkering via het UWV.

Let op! Werktijdverkorting is uitdrukkelijk bedoeld als tijdelijke oplossing. Werktijdverkorting kan dan ook alleen maar betrekking hebben op een periode tussen 2 en 24 weken.

Bij een verwachte langere duur zal geen vergunning worden afgegeven. Ook moet naar verwachting minstens 20% van de arbeidscapaciteit niet worden benut.

Buitengewone omstandigheden

Werktijdverkorting is alleen mogelijk bij buitengewone omstandigheden die geen gewoon ondernemersrisico zijn. Het coronavirus kan zo’n buitengewone omstandigheid zijn voor uw bedrijf.

Vergunning

Een vergunning om werktijdverkorting toe te mogen passen, vraagt u digitaal aan via de website van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Op het formulier moet u onder andere aangeven wat de oorzaak van de verminderde werkzaamheden is. Na het afgeven van de vergunning kunt u voor uw werknemers een WW-uitkering aanvragen via het UWV.

eHerkenning in 2020 nog niet verplicht voor btw-aangifte

Bron: SRA 

Voor het indienen van de btw-aangifte is dit jaar nog geen eHerkenning vereist. Dit blijkt uit antwoorden van staatssecretaris Vijlbrief op Kamervragen.

Verplichting uitgesteld

Mobiel



eHerkenning zou vanaf 1 januari 2020 verplicht worden voor het doen van de aangifte vennootschapsbelasting en loonheffing. Voor de loonheffing is inmiddels echter besloten tot uitstel tot 1 juli, voor ondernemers die hiervoor eHerkenning niet eerder gebruikt hebben. Voor de aangifte vennootschapsbelasting kunnen belastingplichtigen zelf uitstel aanvragen.

eHerkenning

eHerkenning is een veilig gedigitaliseerd communicatiemiddel waarmee inmiddels met enige honderden overheidsinstanties gecommuniceerd kan worden. Het gebruik ervan is echter niet kosteloos.

Niet-verplicht voor de btw

Genoemde verplichtingen hebben vanwege de kosten inmiddels tot veel ophef geleid. Daarom heeft staatssecretaris Vijlbrief de Tweede Kamer bij brief nader geïnformeerd. In deze brief staat ook dat de verplichting tot gebruik van eHerkenning dit jaar nog niet wordt ingevoerd.

Let op! Dit betekent dat rechtspersonen gebruik moeten maken van het zogenaamde oude portaal van de Belastingdienst.

Is uw WOZ-beschikking wel juist?

Bron: SRA

Binnenkort vallen de nieuwe WOZ-beschikkingen weer op de mat. Onroerend goed is aanzienlijk in waarde gestegen, dus is het van belang te checken of uw beschikking wel klopt.

Belang WOZ-beschikking

Pand



Gemeenten zijn verplicht om voor onroerend goed ieder jaar een nieuwe beschikking te nemen over de WOZ-waarde van uw onroerende zaak. Op basis van de WOZ-waarde bepaalt de gemeente onder andere uw aanslag OZB, maar de WOZ-waarde is ook bepalend voor tal van andere belastingen, zoals de bijtelling voor de eigen woning.

Prijsstijging onroerend goed

Bestaande koopwoningen werden in 2018 gemiddeld zo’n 9% duurder, de grootste prijsstijging sinds 2001. Dit is van belang voor de waarde van uw pand op 1 januari 2019, de peildatum voor de nieuwe WOZ-waarde.

Check WOZ-waarde

Gemeenten stellen de WOZ-waarde niet altijd even secuur vast. Er wordt dan ook regelmatig bezwaar tegen de waarde aangetekend, in ruim 1% van alle gevallen. Ongeveer de helft hiervan is succesvol en leidt gemiddeld tot een waardevermindering van 11,6%.

Omgevingsfactoren

Als de waarde is afgeleid van vergelijkbare panden, check dan of omgevingsfactoren voldoende zijn meegenomen. Is bijvoorbeeld de overlast van het verkeer of stank vergelijkbaar?

Individuele factoren

Daarnaast spelen ook individuele factoren een rol bij de waardebepaling, zoals de staat van onderhoud en de eventuele aanwezigheid en ligging van een tuin.

Afwijkende waarde? Maak bezwaar!

Wijkt de waarde af van de waarde die naar uw mening in alle redelijkheid aan uw pand dient te worden toegekend, maak dan bezwaar. Een minimale afwijking van de vastgestelde waarde is tegenwoordig niet meer vereist.

Let op! Geef in uw bezwaar zo goed mogelijk aan op basis van welke factoren het pand naar uw mening te hoog is gewaardeerd.

Tip! Heeft u juist een hogere waardering nodig vanwege bijvoorbeeld verkoopplannen, dan kunt u ook bezwaar aantekenen tegen een te lage WOZ-waarde.

Aanvraag WBSO versoepeld

Bron: SRA 

Vanaf 1 januari 2020 kunnen werkgevers flexibeler gebruikmaken van de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO). Om dit te realiseren, wordt de aanvraagprocedure op twee punten gewijzigd. De voorwaarden blijven gelijk aan 2019.

WBSO

Papier



Met de WBSO worden kosten voor research en development verlaagd door een korting op de loonheffing. De hoogte van de investeringskosten bepaalt het fiscale voordeel.

Wijzigingen

De eerste wijziging is dat vanaf 1 januari 2020 de ‘tussenmaand’ bij het aanvragen vervalt. Voorheen moesten werkgevers een WBSO-aanvraag minimaal een volle kalendermaand voorafgaand aan de periode waarop de aanvraag betrekking heeft, aanvragen.

Als een werkgever dus met ingang van 1 februari 2020 gebruik wil maken van de WBSO, dan kan hiervoor op 31 januari 2020 nog een aanvraag worden ingediend.

Let op! Er geldt een uitzondering voor aanvragen voor een periode die ingaat op 1 januari. Deze aanvragen moeten vanaf 2020 uiterlijk op 20 december worden ingediend.

Vier keer per jaar aanvragen

De tweede wijziging heeft betrekking op het aantal aanvragen per jaar. Met ingang van dit jaar mag maximaal vier keer per jaar een WBSO-aanvraag worden ingediend, voor een periode van minimaal drie maanden. Voorheen kon maximaal drie keer per jaar een aanvraag worden ingediend.

Verruiming Werkkostenregeling in 2020

Bron: MKBFiscaal

Binnen de werkkostenregeling is het mogelijk om onbelaste vergoedingen en verstrekking aan werknemers te doen. Vanaf 2020 wordt de vrije ruimte binnen de werkkostenregeling verruimd.

Tot en met 2019 is het mogelijk om 1,2% van de totale fiscale loonsom (kolom 14 van de loonstaat) onbelast als vergoeding of verstrekking aan uw medewerkers te geven. Vanaf 2020 wordt deze vrije ruimte verruimd naar 1,7% tot een loonsom van € 400.000.

Het hogere percentage van 1,7% geldt over de eerste € 400.000 van de totale fiscale loonsom. Boven dit bedrag wordt 1,2% gehanteerd. Per saldo kan deze nieuwe regeling € 2.000 aan extra belastingvrije vergoedingen geven.

Voorbeeld verruiming werkkostenregeling: 
Uw onderneming heeft een totale loonsom van € 600.000. Tot en met 2019 kunt u € 7.200 (€ 600.000 x 1,2%) aan onbelaste vergoedingen verstrekken. Vanaf 2020 kunt u € 9.200 (€ 400.000 x 1,7% + € 200.000 x 1,2%) aan onbelaste vergoedingen verstrekken.

Welke kosten vallen binnen de werkkostenregeling?
Enkele voorbeelden van vergoedingen en verstrekkingen aan uw medewerkers die binnen de werkkostenregeling vallen:
– Kerstpakketten
– Personeelsfeesten (buiten de werkplek)
– Jubileumrecepties

De nieuwe KOR, ofwel OVOB

Bron: Wolters Kluwers

De Belastingdienst heeft de KOR, beter bekend als de kleine ondernemersregeling, aangepast per 1 januari 2020. Tijd om je te verdiepen in de nieuwe KOR!

Wat houdt de huidige KOR in? 

De kleine ondernemersregeling is in het leven geroepen om ondernemers die relatief weinig omzet draaien een steuntje in de rug te geven. Zij kunnen in aanmerking komen voor korting of kwijtschelding van de te betalen omzetbelasting (btw). De grens lag hierbij op €1.883,-. Indien de ondernemer maximaal €1.883,- aan btw betaalde in 2019, dan kwam hij/zij in aanmerking voor een korting op de btw. Deze berekening wordt dus achteraf gemaakt. De ondernemer doet gewoon btw-aangifte en kan dus ook de btw factureren én terugvragen. 

Wat is er per 1 januari 2020 veranderd? 

Behoorlijk wat! Om te beginnen de naam: de KOR is vervangen door de OVOB (omzet gerelateerde vrijstelling omzetbelasting). Daarnaast dient de ondernemer vooraf aan te geven of hij/zij gebruik wil maken van de regeling, vóór de start van het btw-tijdvak dus. De nieuwe regeling kan niet met terugwerkende kracht worden toegepast. 

Verder gaat de ondernemer deelname aan voor een periode van minimaal 3 jaar. Onder de OVOB krijgt de ondernemer vrijstelling van de btw indien hij/zij jaarlijks niet meer dan €20.000,- omzet. Let op: er wordt dus niet meer gekeken naar de af te dragen btw, maar naar de totale omzet.  

De oude KOR is alleen toepasbaar op natuurlijke personen (denk aan zzp’ers en vof’s), maar de nieuwe regeling is óók toepasbaar voor rechtspersonen zoals verenigingen, stichtingen en bv’s.  

In de nieuwe OVOB ontvangen ondernemers gehele vrijstelling van de btw en daarmee ook van hun administratieve plichten. Zij hoeven géén btw-aangifte meer te doen en kunnen dus ook geen btw factureren of terugvragen.  

Wanneer is de nieuwe KOR (OVOB) interessant voor ondernemers? 

Er zijn een aantal factoren die meewegen in de beslissing om wel of niet deel te nemen aan de OVOB. Zo kan het voor een kleine ondernemer die jaarlijks btw moet betalen wel interessant zijn, maar voor ondernemers die jaarlijks btw terugkrijgen of die veel investeringen doen, juist weer niet.  

Voor ondernemers die veel zakendoen met particulieren, ofwel klanten die geen btw kunnen terugvragen, kan de regeling wél interessant zijn. De ondernemer hoeft immers geen btw meer te factureren, wat de prijs voor particuliere klanten aanzienlijk verlaagd. Daarnaast vervalt de administratieve verplichting t.a.v. de btw, wat betekent dat deelnemende ondernemers extra tijd kunnen besteden aan bijvoorbeeld acquisitie of branding.  

Hoe kunnen ondernemers hier gebruik van maken? 

Indien ondernemers gebruik willen maken van de regeling, dienen jullie samen te kijken of hij/zij voldoen aan de voorwaarden: 

  • De ondernemer is btw plichtig 
  • De ondernemer is gevestigd in Nederland 
  • De ondernemer verwacht een maximale jaaromzet van €20.000,- (voor de komende 3 jaar) 

Ondernemers kunnen zich  aanmelden voor de regeling maar dat gaat deze pas in op 1 april 2020, het nieuwe btw-tijdvak. 

Waar moet je verder op letten?  

De OVOB is een aantrekkelijke regeling voor ondernemers die een stabiele (lage) omzet draaien en hierdoor een realistische schatting kunnen doen voor de komende 3 jaar. Het kan echter gebeuren dat de ondernemer toch meer dan €20.000,- omzet. De ondernemer dient de (verhoogde) omzet door te geven aan de Belastingdienst en de OVOB deelname wordt hierna direct stopgezet. De ondernemer is vervolgens ook 3 jaar uitgesloten van nieuwe deelname aan de OVOB. Voor overige bijzonderheden en vrijstellingen verwijzen wij je graag naar de website van de Belastingdienst

Gebruik bestelauto onduidelijk? Geen bijtelling!

Bron: SRA 

Ook voor het privégebruik van een zakelijke bestelauto geldt in beginsel gewoon de bekende bijtelling. Hierop bestaan wel enkele uitzonderingen, bijvoorbeeld wanneer door de aard van het werk verschillende werknemers de bestelauto doorlopend afwisselend gebruiken. Hoe moeten de begrippen ‘doorlopend’ en ‘afwisselend’ in praktijk worden uitgelegd?

Bijtelling bestelauto

Bestelbus



Voor een bestelauto bedraagt de bijtelling dit jaar gewoon 22% inclusief BPM en btw, tenzij de bestelauto volledig elektrisch is. Is de auto vóór 2017 voor het eerst op kenteken gezet, dan kan een ander percentage bijtelling van toepassing zijn.

Oplossing voor de praktijk

Anders dan bij personenauto’s komt het bij bestelauto’s regelmatig voor dat deze afwisselend door verschillende werknemers worden gebruikt, bijvoorbeeld in de bouw en aanverwante bedrijven. Als alternatief voor de bijtelling per individuele werknemer is er voor de praktijk een oplossing gezocht via een eindheffing.

Eindheffing

Deze oplossing betekent dat in plaats van de bijtelling bij de werknemer, de werkgever een eindheffing verschuldigd is van € 300 per bestelauto per jaar. Er vindt dan geen bijtelling bij de individuele werknemers plaats.

Voorwaarden

Deze eindheffing is best een aantrekkelijke regeling. Niet alleen vanwege het lage bedrag aan eindheffing, maar ook omdat dan verder geen kilometeradministratie meer hoeft te worden bijgehouden. Dat het voor werknemers ook aantrekkelijk is, spreekt voor zich. De eindheffing komt alleen in plaats van de bijtelling als door de aard van het werk de bestelauto doorlopend afwisselend gebruikt wordt door twee of meer werknemers. Daardoor moet ook niet goed zijn vast te stellen of en aan wie de bestelauto voor privégebruik ter beschikking staat. Dit is onlangs nog bevestigd in een uitspraak van het gerechtshof in Den Haag.

Wie gebruikt auto privé?

In genoemde zaak werd een bestelauto doorlopend afwisselend gebruikt door twee werknemers van een aannemersbedrijf. Wie de bestelauto ’s avonds mee naar huis nam, hing af van de vraag wie er het verst van de op dat moment uit te voeren klus woonde.

De rechter kwam tot de conclusie dat juist voor dit soort situaties de eindheffing is ingevoerd en vernietigde de naheffing met boete.

Heeft u vragen over de bijtelling voor bestelauto’s, neem dan contact met ons op.


DGA salaris m.i.v. 2020 naar € 46.000

Het minimumbedrag voor het gebruikelijk loon voor aandeelhouders met een aanmerkelijk belang is verhoogd tot € 46.000 in 2020. In 2019 bedroeg dit loon           € 45.000. Dit blijkt uit de tweede uitgave van de ‘Nieuwsbrief Loonheffingen 2020’ die onlangs door de Belastingdienst werd gepubliceerd.

Volgens de gebruikelijkloonregeling hoort een aanmerkelijkbelanghouder een loon te krijgen dat gebruikelijk is voor het niveau en de duur van zijn arbeid. Dit loon is minimaal € 46.000 in 2020 (€ 45.000 in 2019 en 2018).

Er mag worden uitgegaan van een lager salaris wanneer de aanmerkelijk belanghouder en de bv aantonen dat in het economische verkeer een lager salaris gebruikelijk is. Daarbij geldt als vergelijking soortgelijke dienstbetrekkingen waarbij een aanmerkelijk belang geen rol speelt. Er moet worden uitgegaan van een hoger loon wanneer aannemelijk is dat in het economische verkeer een hoger loon gebruikelijk is. Het salaris wordt dan gesteld op een bedrag dat niet meer dan 30% afwijkt van het loon dat in het maatschappelijke verkeer gebruikelijk is.

Afschaffing VAR definitief

Dinsdag heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel om de huidige VAR-verklaring af te schaffen en de modelovereenkomst in te voeren. Dit betekent dat het voorstel wet wordt, de VAR gaat verdwijnen en de modelovereenkomst doet definitief zijn intrede.

De einddatum van de VAR is uiteindelijk vastgesteld op 1 mei 2016. De periode van 1 mei 2016 tot 1 mei 2017 wordt een overgangsperiode. Vanaf 1 mei 2017 krijg je alleen vrijwaring voor de inhouding van loonheffingen als je werkt volgens een door de belastingdienst beoordeelde en goedgekeurde modelovereenkomst.

Gevolgen voor de praktijk

Voor de praktijk betekent dit dat je tot 1 mei 2016 gebruik kan maken van de VAR-verklaring.

In de periode van 1 mei 2016 tot 1 mei 2017 krijg je de tijd om jouw modelovereenkomst voor te leggen aan de belastingdienst en je werkwijze aan te passen aan de voorwaarden die zijn opgenomen in jouw modelovereenkomst. De belastingdienst zal in deze periode controleren of er conform de modelovereenkomst wordt gewerkt. Het niet voldoen aan de voorwaarden van de modelovereenkomst heeft op dat moment echter nog geen gevolgen. De belastingdienst geeft alleen aanwijzingen over de aanpassingen die noodzakelijk zijn om wel te voldoen aan de voorwaarden van de modelovereenkomst.

Vanaf 1 mei 2017 ben je gehouden om te werken conform de voorwaarden van je modelovereenkomst. Werk je na 1 mei 2017 niet conform deze voorwaarden, dan kan de belastingdienst stellen dat er sprake is van een dienstbetrekking met alle fiscale gevolgen van dien. De correctie van de belastingdienst werkt in dat geval terug tot uiterlijk 1 mei 2016, de afschaffingsdatum van de VAR.

Een aantal modelovereenkomsten kun je hier op de site van de Belastingdienst vinden.